KlasKrak

Thuis oefenen › Lezen

Hakken en plakken: zo oefen je thuis

Hakken is een woord in zijn klanken verdelen: vis wordt v-i-s. Plakken is het omgekeerde: je hoort v-i-s en maakt er weer vis van. Samen zijn ze de basis van leren lezen in het eerste leerjaar. Thuis oefen je ze het best kort en hardop, met korte woorden, en eerst gewoon met je oren, zonder letters.

Bijgewerkt op 4 oktober 2026

Wat je kind in de klas leert

In het eerste leerjaar leert je kind elke letter aan een klank koppelen. Om met die klanken te lezen, moet het twee dingen kunnen:

  • Hakken. Een woord dat je hoort, uit elkaar halen in klanken. Hoeveel klanken hoor je in maan? Drie: m-aa-n.
  • Plakken. Losse klanken samenvoegen tot een woord. Wie m-aa-n vlot aan elkaar plakt, leest maan.

Eerst gaat het om korte woorden van twee of drie klanken, zoals ik, vis en maan. Daarna komen de klanken van twee letters (oe, ui, ei, ij, ou, au, eu, ie) en de langere woorden. Veel juffen en meesters laten de kinderen bij het hakken een gebaar maken, bijvoorbeeld een tikje per klank. Vraag gerust hoe ze het in de klas doen, dan doe je thuis hetzelfde.

In het leerplan Op.stap: 1.2.GL1.1 (woorden opdelen om te lezen en te schrijven), 1.2.GL1.2 (klanken onderscheiden in korte woorden), 1.2.GL1.5 (korte, klankzuivere woorden lezen) en 1.5.GL1.5 (de koppeling tussen klank en letter).

Zo oefen je thuis, zonder scherm

  1. Begin met je oren, niet met letters

    Hakken en plakken kan zonder papier: aan tafel, in de auto, in bad. Zeg een woord en laat je kind het hakken: zon wordt z-o-n. Of hak jij, en laat je kind plakken: k-a-t... kat!

  2. Zeg de klank, niet de letternaam

    De m is mmm, niet em. De s is sss, niet es. Met letternamen plak je geen woord: em-aa-en klinkt niet als maan. Klanken die je kan aanhouden, zoals mmm, sss en fff, houd je even aan. Korte klanken zoals p, t en k zeg je kort, zonder er een "uh" achter te plakken.

  3. Tel de klanken met blokjes of vingers

    Schuif bij elke klank een blokje, muntje of knikker in een vakje, of steek een vinger op. Zo ziet je kind hoeveel klanken een woord heeft. Daar is het werkblad hieronder voor gemaakt.

  4. Speel "Ik zie, ik zie wat jij niet ziet"

    Maar zeg het woord gehakt: "Ik zie, ik zie wat jij niet ziet, en het is een b-a-l." Je kind plakt en zoekt. Daarna is je kind aan de beurt.

  5. Kort en vaak

    Vijf minuten per dag werkt beter dan een half uur op zaterdag. Stop terwijl het nog leuk is, en kies woorden met letters die je kind al kent.

Waar kinderen vaak op vastlopen

  • Twee letters, één klank. In maan hoor je drie klanken, geen vier: aa is één klank. Hetzelfde geldt voor oe, ie, ui, eu, ei, ij, ou en au. Bij het tellen is dat vaak een verrassing.
  • Raden in plaats van plakken. Een kind dat de eerste klank hoort en meteen een woord roept, slaat het plakken over. Laat het eerst alle klanken zeggen en pas dan het woord.
  • Klanken die uit elkaar vallen. Plakken lukt beter als de klanken in elkaar overlopen: mmmaaannn in plaats van m... aa... n.
  • Te lange woorden te vroeg. Blijf bij woorden van drie klanken tot hakken en plakken daar vlot gaat.

Gratis werkblad: klankvakjes

Jij zegt een woord van de lijst. Je kind schuift per klank een blokje, muntje of knikker in een vakje, en veegt daarna met een vinger onder de vakjes door om het woord weer te plakken. De woorden gaan van ik en vis tot lamp en fiets.

Download het werkblad (pdf) Eén blad A4, gratis en zonder inschrijving. Vrij te kopiëren voor thuis en in de klas.

Zo oefent KlasKrak het

Het spel Hakken en plakken in KlasKrak: een woord in losse klankblokjes, met knoppen om te hakken en te plakken

In het spel Hakken en plakken ziet je kind een woord in klankblokjes. Met Hak hoort het elke klank apart, met Plak het hele woord, met het plaatje erbij. Daarna leest het hardop en duidt het zelf aan of het gelukt is. In Bouw het woord tikt je kind de klankblokjes zelf in de juiste volgorde.

Gaat dat vlot, dan volgt Flitslezen: een woord verschijnt even, en je kind kiest het plaatje. Tussen de plaatjes staan woorden die op elkaar lijken, zoals boom, boot en boon. In Zinnetjes leest het een korte zin en kiest het wat past.

KlasKrak gebruikt alleen woorden met de letters die je kind al kent: jij duidt aan welke letters op school aan bod kwamen. En elke klank is ingesproken zoals in de klas: mmm, niet em.

Download KlasKrak in de App Store Ontdek KlasKrak op Google Play

Vragen van ouders

Vanaf wanneer kan een kind hakken en plakken?

Veel kinderen spelen in de derde kleuterklas al met klanken, bijvoorbeeld met rijmen of met de eerste klank van hun naam. In het eerste leerjaar wordt het een vaste oefening, meestal vanaf de eerste weken.

Hakken lukt, maar plakken niet. Is dat normaal?

Ja. Plakken is voor veel kinderen moeilijker, omdat ze de klanken moeten onthouden tot het woord af is. Begin met woorden van twee klanken, zoals ik en op, rek de klanken uit en bouw rustig op. Blijft het na enkele weken heel moeilijk, bespreek het dan met de juf of meester.

Moet ik de leesmethode van de school volgen?

Neem vooral dezelfde klanken over en, als je ze kent, dezelfde gebaren. Welke letters wanneer aan bod komen, hangt af van de methode. Oefen thuis dus alleen met letters die je kind in de klas al leerde.

Meer gidsen: splitsen tot 10 en 20 en klok leren kijken.