KlasKrak

Thuis oefenen › Rekenen

Splitsen tot 10 en tot 20: zo oefen je thuis

Splitsen is een getal in twee delen verdelen: 7 is 5 en 2, maar ook 4 en 3. In het eerste leerjaar leert je kind alle splitsingen tot 10 uit het hoofd, en een getal tot 20 splitsen in een tiental en eenheden. Wie vlot splitst, rekent daarna ook vlot over het tiental.

Bijgewerkt op 4 oktober 2026

Wat je kind in de klas leert

  • Splitsen met materiaal. Eerst met blokjes, kralen of vingers: zes blokjes in twee hoopjes verdelen, en zeggen wat je doet. "Zes is vier en twee."
  • Het splitshuisje. Op school schrijven ze een splitsing vaak in een huisje of met twee beentjes: het getal bovenaan, de twee delen eronder. Zo ziet je kind dat 4 en 2 samen 6 zijn.
  • Alle splitsingen op een rij. 6 is 0 en 6, 1 en 5, 2 en 4, en zo verder tot 6 en 0. Zo'n trap toont dat het ene deel telkens één groter wordt en het andere één kleiner.
  • Uit het hoofd tot 10. Tegen het einde van het jaar kent je kind de splitsingen tot en met 10 zonder te tellen. Die van 10 zijn het belangrijkst: hoeveel moet je bij 7 doen om 10 te krijgen?
  • Tot 20: tiental en eenheden. 14 is 10 en 4: een tiental en vier eenheden. En splitsen helpt bij rekenen over het tiental: 8 + 5 wordt 8 + 2 + 3. Eerst naar 10, dan de rest.

In het leerplan Op.stap: 2.2.GL1.1 (tot 10 splitsen met materiaal en verwoorden), 2.1.GL1.20 (de splitsingen tot en met 10 uit het hoofd), 2.1.GL1.23 (tot 20 splitsen in een tiental en eenheden) en 2.2.GL1.21 (over het tiental rekenen door de tweede term te splitsen).

Zo oefen je thuis, zonder scherm

  1. Hoeveel zit er in mijn hand?

    Neem zeven knikkers, verstop er een paar in je ene hand en toon de andere. "Hier zitten er drie. Hoeveel zitten er in mijn andere hand?" Daarna mag je kind verstoppen.

  2. Tien vingers

    Tien vingers zijn een splitsing van 10 die je altijd bij je hebt. Steek er zes op: hoeveel staan er niet? Vier. Dus 10 is 6 en 4.

  3. Een eierdoos van tien

    Een doos voor tien eieren met een paar knikkers of doppen erin toont meteen hoeveel er nog bij moeten tot 10. Draai de doos om, en je hebt de andere splitsing.

  4. Het splitshuisje op papier

    Teken een huisje met het getal in het dak. Vul jij één vakje in, dan vult je kind het andere. Op het werkblad hieronder staat een hele straat.

  5. Een paar getallen per dag

    Tellen mag in het begin. Het doel is dat je kind de splitsingen tot 10 op den duur gewoon weet. Neem elke dag een paar getallen en kom er vaak op terug, in plaats van alles tegelijk.

Waar kinderen vaak op vastlopen

  • De nul vergeten. Ook 6 en 0 is een splitsing van 6. Kinderen slaan die graag over.
  • Blijven tellen. Wie bij elke splitsing op de vingers telt, rekent straks traag over het tiental. Oefen de splitsingen van 10 tot ze er meteen zijn.
  • Denken dat 4 en 2 iets anders is dan 2 en 4. Allebei zijn het splitsingen van 6. Dat mag je kind ontdekken: zo moet het er minder onthouden.
  • Tiental en eenheden door elkaar. In 14 staat de 1 voor één tiental, niet voor één. Leg 14 eens met een staaf van tien en vier losse blokjes, of met tien vingers en nog vier.

Gratis werkblad: splitshuisjes

Twaalf splitshuisjes met de getallen 5 tot 10, telkens met één vakje leeg. Onderaan staat de trap van 5 als voorbeeld, en een lege trap: kies een getal tot 10, schrijf het in het dak en vul alle splitsingen in.

Download het werkblad (pdf) Eén blad A4, gratis en zonder inschrijving. Vrij te kopiëren voor thuis en in de klas.

Zo oefent KlasKrak het

Het hoofdmenu van KlasKrak, met onder meer het groene blok Splitsen

Het blok Splitsen heeft twee spelletjes. In het Splitshuisje staat het getal in het dak en één deel eronder; je kind kiest wat erbij hoort. Kralen tonen het getal: het deel dat je al kent in het rood, de rest in het blauw.

In Alle splitsingen staat de hele trap van een getal tot 10 op het scherm. Je kind vult per rij het ontbrekende deel in, in een willekeurige volgorde, zodat aftellen niet helpt en het echt moet splitsen. Jij kiest of je kind splitst tot 5, tot 10 of tot 20.

Download KlasKrak in de App Store Ontdek KlasKrak op Google Play

Vragen van ouders

Wat is het verschil tussen splitsen en aftrekken?

Splitsen is een getal in delen verdelen, zonder iets weg te doen. Uit één splitsing haal je wel meteen sommen: uit "6 is 4 en 2" volgt 4 + 2 = 6, 6 − 2 = 4 en 6 − 4 = 2. Daarom is splitsen zo'n goede basis voor het rekenen.

Tot welk getal moet mijn kind kunnen splitsen?

Tot en met 10 uit het hoofd, tegen het einde van het eerste leerjaar. Tot 20 gaat het vooral om tiental en eenheden (14 is 10 en 4), en om splitsen als hulp bij het rekenen over het tiental.

Waarom zijn de splitsingen van 10 zo belangrijk?

Omdat je kind ze nodig heeft om over het tiental te rekenen. Bij 8 + 5 weet een kind dat vlot splitst dat 8 en 2 samen 10 zijn, en dat 5 dus 2 en 3 is. Zo wordt het 10 + 3 = 13, zonder te tellen.

Meer gidsen: hakken en plakken en klok leren kijken.