Thuis oefenen › Rekenen
Plus en min tot 20: zo oefen je thuis
In het eerste leerjaar leert je kind optellen en aftrekken tot 20. Eerst tot 10, dan tot 20 zonder over het tiental te gaan, zoals 13 + 4. En op het einde over het tiental, zoals 8 + 5. Daar helpt splitsen: eerst naar 10, dan de rest. Tegen het einde van het jaar kent je kind de sommen tot 20 uit het hoofd.
Bijgewerkt op 5 oktober 2026
Wat je kind in de klas leert
- Plus en min als verhaal. "Je hebt 5 knikkers en krijgt er 3 bij." Je kind leert een situatie omzetten in een som, en een som in een situatie.
- Sommen tot 10. Zoals 4 + 3 en 9 − 5, eerst met materiaal, daarna uit het hoofd.
- Tot 20 zonder het tiental te overschrijden. 13 + 4 rekent je kind zoals 3 + 4, met het tiental erbij: 17.
- Over het tiental. 8 + 5 wordt 8 + 2 + 3: eerst naar 10, dan de rest. En 13 − 5 wordt 13 − 3 − 2: eerst naar 10, dan verder.
- Handig rekenen. 2 + 9 is hetzelfde als 9 + 2, en dat is makkelijker. Bij min mag dat niet. En plus en min horen bij elkaar: wie weet dat 4 + 3 = 7, weet ook dat 7 − 3 = 4.
- Het gelijkheidsteken. = betekent dat beide kanten evenveel zijn, niet "hier komt het antwoord".
In het leerplan Op.stap: 2.2.GL1.4 (situaties omzetten in bewerkingen), 2.2.GL1.19 en 2.2.GL1.20 (sommen zonder het tiental te overschrijden), 2.2.GL1.21 (over het tiental door de tweede term te splitsen), 2.2.GL1.14 en 2.2.GL1.15 (van plaats wisselen, plus en min als elkaars omgekeerde), 2.2.GL1.8 (het gelijkheidsteken) en 2.2.GL1.16 (de sommen tot 20 uit het hoofd).
Zo oefen je thuis, zonder scherm
-
Maak er een verhaal van
"Er zitten 6 vogels op het dak, er vliegen er 2 weg." Aan tafel, in de winkel, in de auto. Laat je kind daarna zelf een verhaaltje bij een som verzinnen.
-
Gebruik vingers en voorwerpen
Vingers, knikkers, legoblokjes of een eierdoos van tien: tot 10 mag je kind alles zien en aanraken. Zo snapt het wat plus en min betekenen, voor het ze uit het hoofd leert.
-
Eerst naar 10
Over het tiental gaan oefen je in twee stappen. Bij 8 + 5: "Hoeveel moet er bij 8 om 10 te krijgen?" Twee. "En hoeveel blijft er dan nog over van de 5?" Drie. Dus 10 + 3 = 13. Ken je kind de splitsingen tot 10, dan gaat dit vlot.
-
Speel met dobbelstenen of kaarten
Gooi twee dobbelstenen en tel op. Of trek twee speelkaarten tot 10 en trek de kleinste af van de grootste. Wie het snelst juist is, krijgt een punt.
-
Een paar sommen, vaak
Vijf sommen per dag, verspreid over de week, werken beter dan een heel blad op zondag. Herhaal vooral de sommen die nog niet vlot gaan.
Waar kinderen vaak op vastlopen
- Alles blijven aftellen. Op de vingers tellen mag in het begin, maar wie elke som telt, rekent traag over het tiental. Oefen de sommen tot 10 tot ze er meteen zijn.
- Plus en min verwarren. Laat je kind het teken hardop zeggen voor het rekent: "acht plus vijf".
- Over het tiental zonder te splitsen. 8 + 5 in één keer tellen lukt, maar is traag en foutgevoelig. Laat je kind de tussenstap zeggen of opschrijven: 8 + 2 + 3.
- Het gelijkheidsteken als knop. Een kind dat = leest als "het antwoord is", snapt 7 = 4 + 3 niet. Schrijf af en toe een som andersom.
Gratis werkblad: plus en min tot 20
Vier oefeningen op één blad: sommen tot 10, sommen tot 20 zonder het tiental te overschrijden, plus en min die bij elkaar horen, en aanvullen tot 10.
Download het werkblad (pdf) Eén blad A4, gratis en zonder inschrijving. Vrij te kopiëren voor thuis en in de klas.Zo oefent KlasKrak het
In Plus en min rekent je kind sommen met kralen als hulp: bij plus twee groepjes kralen, bij min vervagen de kralen die eraf gaan. Jij kiest of de sommen tot 5, tot 10 of tot 20 gaan. In Hoeveel erbij? zoekt je kind hoeveel er nog bij moet om een getal te maken, meestal 10: precies de stap die het nodig heeft om over het tiental te rekenen.
In hetzelfde blok staan ook de Getallenlijn en de Krokodil, om getallen te ordenen en te vergelijken. In Hoeveel zie je? herkent je kind getalbeelden zonder te tellen, en in Tientallen en eenheden bouwt het getallen tot 20 met een tienstaaf en blokjes, zodra je de sommen op tot 20 zet. Rekenen met geld zit in Hoeveel geld? en het Winkeltje.
Vragen van ouders
Mag mijn kind op de vingers tellen?
Ja, zeker in het begin. Vingers helpen om te snappen wat een som betekent. Het doel is wel dat je kind de sommen tot 20 op den duur uit het hoofd kent, en daar helpt vaak en kort oefenen het meest.
Waarom leert mijn kind 8 + 5 in twee stappen?
Omdat 10 een makkelijk tussenstation is. Wie weet dat 8 + 2 = 10 en dat 5 te splitsen is in 2 en 3, rekent 8 + 5 zonder te tellen. Dezelfde manier werkt later ook bij grotere getallen.
Wanneer moet mijn kind dit kennen?
De sommen tot 10 komen in het begin van het jaar, het rekenen over het tiental meestal in de tweede helft. Het precieze tempo hangt af van de school.
Meer gidsen: splitsen tot 10 en 20, rekenen met geld, klok leren kijken en alle gidsen.
KlasKrak